maandag 9 juli 2012

Hoe verwend kan een stad zijn

Nou, heel verwend dacht ik toen ik afgelopen weekend Deventer op Stelten bezocht. Fietsende engelen hoog in de lucht, 27 enorme rode giraffes over de brug, mans grote baby’s, enge aliens die eigenlijk heel lief sprongen en nog veel meer, helemaal gratis, in jullie stad, waar ik alleen maar werk (ik ben jaloers).

Waar Deventer tijdens zo’n feest misschien  het meest mee verwend is, is een groep van allure uit eigen stad. Theater Gajes kon met z’n splinternieuwe voorstelling Agora Phobia wat mij betreft meer dan concurreren met de collega’s uit het buitenland.

Theater Gajes speelt hun voorstelling tussen het publiek, waarbij de steltenacteurs hoog boven het publiek spelen en de rijdende objecten de menigte soms doorkruisen.

... aldus het programmaboekje. Maar je weet pas echt wat dat betekent als je er middenin staat. In dit geval op een terrein dat verandert in een bouwput. Om je heen metershoge stellages die soms rijden en soms niet. Steltlopers benen door de menigte en eisen hun ruimte met autoriteit op. Livemuziek komt van alle kanten. Je weet niet waar je moet kijken want het verhaal speelt zich links, rechts, achter en voor je af. Je bent constant alert en toch mis je niets. 

Het verhaal was dan ook niet al te moeilijk. En dat is fijn. In het begin vreesde ik voor te veel dialoog, het was zelfs wat saai, maar al heel snel kwam die onderdompeling in het bouwgeweld. Heerlijk, wat een verwennerij vond ik, als vrouw die de veertig inmiddels ruim gepasseerd is.

Naast mij stond een Turkse jongen van een jaar of 13 - 14. Om hem heen een stuk of 4 kleinere kinderen, broertjes en zusjes waar hij op moest passen, schatte ik zo in. Hoewel we door de rijdende obstakels als publiek flink gemixt werden, kwam ik toch steeds weer bij de jongen terecht. Ik hield hem zelfs een beetje in de gaten, ik had met hem te doen. Hij kon hier toch niet vrijwillig staan.

Toen de voorstelling naar het einde liep hoorde ik hem tegen een van de kleintjes zeggen, ”Nee, nee, het is nog niet voorbij. Blijf kijken, er komt nog wat leuks.” Ik was geroerd en beschaamd tegelijk. Hij was donderdag ook al geweest en stond er een dag later weer. Hoe heb ik me zo kunnen vergissen. Deze puber voelde zich verwend en wilde het delen. Mooi, mooi, mooi!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen